Ruimte voor flexibiliteit binnen het Europese auteursrechtkader

Auteur: Bart Schermer - 19-12-2011

Tijdens het overleg tussen staatssecretaris Teeven en de parlementaire werkgroep auteursrecht werd ook het 'Fair Use' rapport van het IViR genoemd. Het recent verschenen onderzoek 'Fair Use in Europe: In Search of Flexibilities' van prof. dr. Hugenholtz en prof. dr. Senftleben onderzoekt of er binnen (of buiten) het bestaande Europese auteursrecht-acquis ruimte bestaat voor meer flexibiliteit. Die flexibiliteit is volgens de auteurs nodig omdat nieuwe technologie nieuwe toepassingen van auteursrechtelijk beschermde content mogelijk maakt die niet altijd binnen de bestaande wettelijke bepaalde uitzonderings- en beperkingsgronden van het exclusieve auteursrecht vallen.

Zo hebben met name zoekmachines nogal eens te kampen met rechtszaken waarbij de beoordelende rechters juridische chicanes moeten toepassen om het gebruik van voor zoekmachines essentiële informatie in een van de uitzonderingen of beperkingen te passen. De onderzoekers menen dat er eigenlijk binnen het auteursrechtsysteem zelf een (flexibele) grond moet worden opgenomen die rechters ruimte laat om eerlijk (fair) gebruik toe te laten. Die flexibiliteit is volgens Hugenholtz en Senftleben ook nodig om tegemoet te komen aan de door technologie snel veranderende samenleving, de slome wetgevingsprocessen van lidstaten en Europa en vertraging in de besluitvorming als gevolg van de gevoeligheid van het onderwerp.

Volgens Hugenholtz en Senftleben bestaat er wel degelijk ruimte voor meer flexibiliteit binnen het bestaande auteursrecht-acquis. Zij stellen dat de driestappentoets uit de Europese Auteursrechtrichtlijn (artikel 5, lid 5 van richtlijn 2001/29/EG) alleen toeziet op de beperkingen zoals geformuleerd in de Auteursrechtrichtlijn. Het zou lidstaten daarom zijn vrij staan om daarbuiten andere beperkingen op het auteursrecht te formuleren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen via het 'right to adaptation', zoals ook al bestaat in Nederlandse en Duitse recht.

"When considering the implementation of a national free adaptation rule, the EU three-step test in Article 5(5) ISD does not apply. As the right of adaptation falls outside the scope of the Information Society Directive, national legislators are not bound by the EU three-step test that regulates limitations and exceptions to the rights harmonized under the Directive."

Het is goed dat Hugenholtz en Senftleben discussie over de grenzen van het auteursrecht aangaan. Maar helaas blijft het onderzoek steken in een anekdotische onderbouwing van de stelling dat meer flexibiliteit ook daadwerkelijk noodzakelijk is.

Het beperkt aantal rechtszaken dat wordt aangehaald om de problemen met het huidige systeem van auteursrechtelijke beperkingen te illustreren heeft met name betrekking op Google, dat tevens de financier van het onderzoek van Senftleben en Hugenholtz is.

Weerhoud het auteursrecht Google nieuwe diensten uit te rollen, of zou Google innovatiever zijn met een aanpassing van het huidige systeem? Voelen artiesten, wetenschappers en kunstenaars zich binnen het huidige systeem te beperkt en zo ja, wat heeft een aanpassing voor gevolgen voor rechthebbenden?

Deze vragen moeten mijns inziens eerst beantwoord worden voordat aanpassingen aan het systeem doorgevoerd worden. Dit vergt meer onderzoek en empirische onderbouwing. Het onderzoek van Senftleben en Hugenholz vormt daarom een interessante aanzet voor een discussie over ‘fair use’ in Nederland, maar biedt niet de antwoorden die je van een dergelijk onderzoek mag verwachten.

Lees meer over de plannen om het Nederlandse auteursrecht aan te passen op FuturofCopyright.com: