Dick Bruna verliest opnieuw in Nijntje parodieën zaak

Auteur: Kim Crijns - 14-09-2011

Parodieën waarin Nijntje wordt geassocieerd met seks, drugs en terrorisme zijn niet zonder meer onrechtmatig. De begrenzing ligt in de redelijkheid en de regels van het maatschappelijk verkeer, zo oordeelde het hof Amsterdam gisteren over de controversiële afbeeldingen en teksten over Nijntje die circuleren op het internet.

In deze zaak draaide het om de vraag of de parodieën op de bekende cartoons van Dick Bruna door klanten van Mijndomein.nl op haar weblogplatform punt.nl waren geplaatst, in strijd waren met de auteursrechten en merkenrechten van Dick Bruna. Het ging om in totaal zeven provocerende cartoons, zoals plaatjes van Nijntje die op de Twin Towers af vliegt: “Nijn-eleven” en Nijntje die los gaat op een feest: “Nijntje gaat hakkûh”.

Eerder oordeelde de voorzieningenrechter Amsterdam dat vanwege de humoristische bedoeling, het ontbreken van concurrentiebedoelingen en het ontbreken van verwarringsgevaar, het gebruik van vijf van de zeven afbeeldingen onder de parodie exceptie van art. 18b Auteurswet valt. Op grond van dit artikel wordt namelijk de openbaarmaking of verveelvoudiging van een werk in het kader van een parodie niet als een auteursrechtinbreuk beschouwd, mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is. Twee van de zeven afbeeldingen maakten echter inbreuk op de merkenrechten en werden toegewezen. Daartoe werd overwogen dat deze beide afbeeldingen geen in het merkenrecht toelaatbare parodieën zijn en dat zij zonder geldige reden afbreuk doen aan de reputatie van de Nijntje-merken.

Nu oordeelt het hof Amsterdam dat het gebruik van alle zeven afbeeldingen niet onrechtmatig is. Alle afbeeldingen zijn - kort gezegd - toelaatbare parodieën. Voor een parodie is het niet noodzakelijk dat iedereen erom kan lachen. De bedoeling is dat de afbeeldingen in combinatie met de teksten de lachlust opwekken, ook al vindt niet iedereen de afbeeldingen even grappig of gepast, zo oordeelt ook het hof Amsterdam.  

Het gaat hierbij om parodiërend gebruik, immers om nabootsingen in een enigszins gewijzigde vorm waardoor de figuur Nijntje tot voorwerp van de lachlust wordt gemaakt en waardoor de teneur van het oorspronkelijke werk op humoristische, overwegend ironische wijze wordt veranderd. Dat contrast wordt versterkt door de combinatie met de begeleidende teksten. Waar de teksten van Dick Bruna bij uitstek kindvriendelijk en geweldloos zijn, zijn de teksten bij de gewraakte afbeeldingen veelal grof en agressief.”

Lees hier het arrest.

Bron: ISPam.nl