‘Vergeten’ bepaling in Amerikaanse auteurswet biedt makers mogelijkheid om na 35 jaar rechten terug te eisen

Auteur: Martine Wubben - 16-08-2011

Paniek! De Amerikaanse muziekindustrie dreigt door een binnenkort effectieve bepaling in de Amerikaanse auteurswet de rechten op haar golden oldies te verliezen aan de oorspronkelijke makers. 

Waar in Nederland de plannen voor het invoeren van een wijziging van de Auteurswet met een vijfjaarlijks opzegrecht voor licentieovereenkomsten over het werk van artiesten reeds voortijdig is gesneuveld, blijkt een soortgelijke wetswijziging in de V.S. in 1976 te zijn aangenomen. De op 1 januari 1978 in werking getreden bepaling geeft makers de mogelijkheid om na 35 jaar de rechten op hun werken terug te krijgen. Daartoe dienen ze twee jaar eerder een daartoe strekkende notificatie aan de rechtenhouder te zenden. 

Nu er 33 jaar zijn verstreken sinds 1978 zien de platenmaatschappijen zich geconfronteerd met de eerste notificaties van artiesten die van het opzegrecht gebruik willen maken. Voorbeelden van nummers die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen zijn ‘52nd street’ van Billy Joel en ‘Darkness on the Edge of Town’, beiden uit 1978. Beide nummers leveren nog jaarlijks duizenden dollars aan royalties op. Het terugkrijgen van de exploitatierechten op hun muziekwerken zou voor artiesten een flinke extra inkomstenbron kunnen betekenen. 

Het is nog niet duidelijk of er al artiesten zijn die daadwerkelijk van dit recht gebruik gaan maken, maar de vier grootste Amerikaanse platenmaatschappijen hebben al te kennen gegeven hun verworven rechten op muziek niet zonder slag of stoot uit handen te zullen laten nemen. Steven Marks, bedrijfsjurist van de Record Industry Association of America, verklaart desgevraagd dat zij ervan zijn overtuigd dat het ‘termination right’ niet van toepassing is op de meeste geluidsopnames. De masteropnames zijn, aldus Marks, eeuwig eigendom van de platenmaatschappijen, omdat het ‘works for hire’ zijn, ook wel werken vervaardigd in dienstverband onder de Nederlandse Auteurswet. Voor deze werken geldt in principe dat het auteursrecht van rechtswege aan de werkgever toekomt (en er dus geen sprake is van overdracht of licentie), tenzij anders overeengekomen.  

Verschillende Amerikaanse kenners vinden dit argument echter niet steekhoudend en het zou  evident zijn dat er geen sprake is van een werkgeversrelatie. Zo zouden artiesten in die tijd zelf de opnamen van hun platen hebben gefinancierd, waarbij een van de platenmaatschappijen verkregen voorschot werd verrekend met opbrengsten uit geïnde royalties. Ook zou er geen sprake zijn van andere kenmerken van een dienstverband, zoals het betalen van sociale verzekeringen en innen van bepaalde belastingen.

Naar verluid zijn de eerste notificaties al verzonden, maar weigeren de platenlabels vooralsnog te reageren. In de wetsbepaling is opgenomen dat makers na de eerste notificatie (twee jaar voor bereiken 35 jaarstermijn) vijf jaar de tijd hebben om een gerechtelijke procedure te starten om de rechten op de betreffende werken terug te eisen. De stilte van de zijde van de platenmaatschappijen zou te wijden zijn aan verdeeldheid. Sommige van de grote labels zouden de voorkeur geven aan een harde strijd voor de rechter, terwijl andere grote labels vrezen dat dit er bij het verlies van de procedure ook toe kan leiden dat artiesten niet of veel minder bereid zijn om over een (gunstige) nieuwe deal te onderhandelen. 

Het is afwachten wanneer dit tijdbommetje tot ontploffing komt. Hopelijk is het in ieder geval een basis voor platenmaatschappijen en artiesten om tot redelijke overeenkomsten over rechtenoverdracht, licenties en royalties te komen. 

Bron: NYTimes