“Stelen van virtuele goederen is strafbaar,” aldus advocaat-generaal in Runescape-zaak
Sinds eind 2008 speelt er een fascinerdende strafzaak die draait om de vraag of het stelen van virtuele goederen in online games strafbaar is. Het advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad in de zaak 'Runescape' is dat dit inderdaad diefstal is. Twee jongens zijn veroordeeld door het gerechtshof voor diefstal van virtuele goederen, maar vechten dit aan tot in cassatie.
De twee jongens zijn in oktober 2008 veroordeeld tot werkstraffen en voorwaardelijke jeugddetentie omdat zij een 13-jarig leeftijdsgenootje met fysiek geweld hadden gedwongen om een virtueel masker en virtuele amulet over te dragen van het ene naar het andere karakter (avatar) in het computerspel Runescape.
Het slachtoffer was mishandeld en onder bedreiging van messen gedwongen in te loggen in het online spel Runescape. Tot zover is een veroordeling begrijpelijk, maar is het afpakken van een virtueel voorwerp hetzelfde als het stelen van een stoffelijk voorwerp? Zowel de rechtbank als het het hof oordeelde dat het masker en amulet beschouwd kon worden als voor diefstal vatbare goederen.
De advocaat van de verdachte wil dat de Hoge Raad zich uitspreekt over de kwestie of een virtueel goed voor het strafrecht aan dezelfde criteria voldoet als een stoffelijk goed. De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd virtuele goederen inderdaad aan te merken als goederen die voor diefstal vatbaar zijn.
Wanneer de Hoge Raad het met deze redenering eens is, zou dat een spectaculaire uitspraak zijn. Het is de vraag of daarmee ook een e-book, een pdf bestand of een muziekbestand een ‘voor diefstal vatbaar goed’ wordt. Waarschijnlijk vallen dergelijke virtuele zaken echter nog net buiten het bereik van diefstal, aangezien deze bestanden in de praktijk gekopieerd worden, waarmee het goed niet buiten het bereik van de rechtmatige eigenaar komt. Er is dan niet daadwerkelijk iets weggenomen.
Voor de advocaat-generaal in de zaak Runescape is met name de economische waarde van het virtuele voorwerp van belang voor de vraag of er sprake is van 'goederen' en 'diefstal'. “Virtuele voorwerpen vertegenwoordigen namelijk een economische waarde, zowel binnen als buiten het spel, en zijn onder meer te individualiseren en overdraagbaar", zo schrijft de advocaat-generaal aan de Hoge Raad. Dus heeft het gerechtshof eerder het juiste juridische toetsingskader gehanteerd, vindt hij. Deze redenering komt deels voor uit een oud arrest over elektriciteitsdiefstal.
Het valt echter te betwijfelen of economische waarde echt voldoende is om iets wat in de echte wereld niet bestaat voor diefstal vatbaar te maken. Electriciteit kan gestolen worden omdat het waarde heeft, maar ook omdat het niet denkbeeldig is, het bestaat echt en kan door een mens in banen geleid worden. Na het arrest Elektriciteitsdiefstal is het fysieke criterium steeds meer losgelaten. Het werd belangrijker geacht dat een object -zoals elektriciteit- wel waarde vertegenwoordigt in de fysieke wereld. In deze casus wordt de definitie van een goed in het strafrecht verder opgerekt: de vraag wordt nu meer dan ooit of het voldoende is dat een object waarde heeft voor de bezitter ervan, ongeacht of het in de fysieke wereld voorkomt.
Wanneer de Hoge Raad vaststelt dat een virtueel object een goed kan zijn in het strafrecht is een fascinerende vervolgvraag wat dit gaat betekenen voor begrip 'goed' in het privaatrecht. Een goed is ofwel een stoffelijke zaak of een vermogensrecht. Een virtueel iets is per definitie niet stoffelijk, dus zou het amulet uit Runescape dan een vermogensrecht zijn? Of gaat de betekenis van stoffelijk veranderen? De Hoge Raad doet op 29 november 2011 uitspraak in de zaak Runescape, haar oordeel zal hoe dan ook baanbrekend zijn.
Bronnen: Webwereld; Y. Moszkowicz (Strafblad Forum); Gerechtshof Leeuwarden LJN BK2773 (RuneScape); art. 310 Sr jo. artt. 3:1 en 3:2 BW
