Prejudiciële vragen aan Europees Hof over relatieve competentie bij internetpublicaties

Auteur: Peter van der Veen - 01-04-2011

Het Hof van Beroep van Engeland en Wales heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie (HvJ) over de rechtsvraag of online 'publiceren' plaatsvindt in het land waar de informatie technisch gezien verwerkt of ge’host’ wordt ofwel het land waar de informatie feitelijk wordt gelezen. Een hogere rechtbank in het Verenigd Koninkrijk had eerder gezegd dat een bedrijf verantwoordelijkheid heeft op de plaats waar de gepubliceerde informatie zich bevindt, dus op de serverlocatie en niet in het land waar een lezer er kennis van neemt, maar het Hof van Beroep heeft nu aan het Europese Hof gevraagd om de wet te verduidelijken.

De zaak gaat over een geschil inzake het gebruik van gegevens en statistieken van voetbalwedstrijden. Deze informatie wordt tijdens een wedstrijd online gepubliceerd. Met name wedkantoren gebruiken deze gegevens. Hoewel in deze zaak een vermeende schending van databankenrecht wordt aangekaart, kan de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie ook van toepassing zijn op auteursrechtelijke geschillen in de online omgeving. De kwestie kwam aan het licht toen partijen de competentie van de rechtbank betwistten. Het is nu niet duidelijk welke rechtbank de wettelijke bevoegdheid heeft om de zaak te behandelen.

Het bedrijf Football DataCo, dat de gegevens beheert van Engelse en Schotse voetbalcompetities, beschuldigd het Zwitserse bedrijf Sportradar en een Duitse dochteronderneming van het kopiëren van zijn statistieken. Football DataCo daagde de bedrijven voor een Britse rechtbank in april 2010. Sportradar ontkent en spande daarnaast op haar beurt een tweede rechtszaak aan bij een Duitse rechtbank. De rechtbank die het Britse hoger beroep behandelde heeft gezegd dat de Britse rechtbanken bevoegd zijn om de zaak te behandelen, omdat het geschil als eerste in het Verenigd Koninkrijk aanhangig is gemaakt. Sportradar beweerde echter dat de zaak niet kan worden behandeld in het VK, omdat de wedstrijdinformatie in kwestie de facto is gepubliceerd in Oostenrijk en Nederland, aangezien de servers van Sportradar aldaar gevestigd zijn.

Football DataCo en de voetbalcompetities stellen echter dat er bij internetpublicatie sprake is van tenminste twee componenten: het versturen en het ontvangen van informatie. De ontvangst van de informatie in het Verenigd Koninkrijk (met andere woorden: het feit dat een Britse internetgebruiker de gegevens op de site van het wedkantoor ziet) betekent dat een daaruit voortvloeiende schending van haar databankenrecht ten minste deels in het Verenigd Koninkrijk plaatsvindt.

Tijdens de procedure is gebleken dat de rechters niet uit de huidige stand van het recht kunnen opmaken of de plaats waar de informatie wordt verzonden inderdaad de plaats is waar de vermeende inbreuken zich juridisch gezien voordoen. Het Hof van Beroep stelde dat "het niet gepast was om een uitspraak te doen over deze zeer belangrijke en moeilijke vraag", aldus de uitspraak. De rechters hebben het Hof van Justitie in Straatsburg gevraagd uitspraak te doen over wat de wet bepaalt wanneer een bedrijf, zonder toestemming van de rechthebbende, materiaal upload dat wordt beschermd door de EU-databank richtlijn in land A, terwijl deze informatie wordt gezien in land B. De vraag is daarnaast of nu een inbreuk zou bestaan in land A, land B, of in beide landen. De beantwoording van deze prejudiciële vragen zullen naar verwachting tot eind 2012 op zich laten wachten.

Bronnen: Court of Appeal of England and Wales [29-03-2011] EWCA Civ 330. Zaken A3/2010/2849 en 2947 - Football Dataco Ltd & Ors v Sportradar GmbH & Anor (Rev 1) en: The Register