Ambtenaar ontwikkelde software in zijn eigen tijd maar de Staat gaat er vandoor met het auteursrecht

Auteur: Peter van der Veen - 05-03-2011

Een interessante zaak over de reikwijdte van het werkgeversauteursrecht. Een oud-werknemer van de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) heeft software-applicaties ontwikkeld. Hij deed dit aanvankelijk thuis en in eigen beheer, maar maakte een doorontwikkeling van het systeem voor zijn werkgever. De werknemer stelt auteursrechthebbende te zijn maar die vordering is afgewezen. Deze zaak maakt duidelijk dat er al snel sprake is van een vermoeden van een opdracht van de werkgever. Het auteursrecht berust dan ingevolge art. 7 Aw bij de Staat als toenmalige werkgever.<o:p></o:p><o:p> </o:p>

De ambtenaar heeft in zijn eigen tijd en thuis nieuwe software ontwikkeld. Omdat hij dacht dat het idee ook nuttig zou zijn voor zijn werkgever, heeft hij het programma op zijn werk doorontwikkeld en op een gegeven moment op systemen van CAS gezet. Zijn leidinggevende zag het nut van het initiatief in en gaf de uitvinder toestemming om er onder werktijd aan te werken. Er zijn geen afspraken over auteursrecht gemaakt. Op een gegeven moment is hij het auteursrecht op de software gaan claimen, onder meer door een copyright-notice in de broncode te plaatsen. De Staat beweert dat het ontwikkelen van de software uiteindelijk gedaan is in het kader van zijn werk voor de archiefdienst en onder werktijd. Het Hof is het hier mee eens. Ook al is er geen expliciete opdracht toe gegeven, het doorontwikkelen van de software moet gezien worden als werkzaamheden die vallen onder de ‘brede opdracht’ van de werknemer.

<o:p></o:p>

<o:p>Bron: Boek9, Gerechtshof ’s-Gravenhage, 22 februari 2011, zaaknr. 200.006.902/01, [X] tegen De Staat der Nederlanden </o:p>