Justitie vs. Yahoo: Is Yahoo een aanbieder van een communicatiedienst?

Auteur: Peter van der Veen - 03-02-2011

Is Yahoo een aanbieder van een communicatiedienst?

Op 18 januari 2011 heeft het Hof van Cassatie te Brussel een interessant arrest gewezen dat vergaande gevolgen kan hebben voor de positie van bedrijven als Yahoo, Google en Microsoft in Nederland en Belgie.

Het Openbaar Ministerie (OM) in Belgie eiste van het Amerikaanse Yahoo informatie omtrent de identiteit van de houders van enkele Yahoo e-mailadressen. Justitie in Belgie vermoedde dat de emailadressen gebruikt zijn bij criminele activiteiten.

De vraag is  of Yahoo kan worden aangemerkt als ‘verstrekker van een elektronische communicatiedienst’ in de zin van artikel 46bis van het Belgische Wetboek van Strafvordering. Dit zou tot gevolg hebben dat de vordering tot verstrekking van gegevens direct aan Yahoo in de VS kan worden gedaan in plaats van via een Amerikaans rechtshulpverzoek aan Amerikaanse autoriteiten.  

Het arrest is ook interessant voor Nederland omdat onze wetgeving veel op dat van België lijkt (…)

 In eerste instantie stelde de rechtbank Dendermonde het O.M. in het gelijk. Het Hof van Beroep in Gent maakte daar korte metten mee en gaf Yahoo gelijk. Zie eerder blogbericht op FoC.

Het Hof van Cassatie is echter van mening dat het gerechtshof van Gent beter had moeten onderbouwen dat Yahoo geen ‘verstrekker van een communicatiedienst’ is. Zij vernietigt daarom het bestreden arrest. Anders dan het Hof van Gent oordeelde, is het begrip volgens de hoogste rechter breder dan een ‘operator van een telecommunicatiedienst’ waar webmailproviders zoals Yahoo niet onder vallen. Zij zegt: “’Verstrekker van een elektronische communicatiedienst’ in de zin van artikel 46bis Wetboek van Strafvordering, is niet alleen de Belgische operator in de zin van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, maar iedereen die diensten van elektronische communicatie verstrekt, zoals onder meer de transmissie van communicatiegegevens.” 

De strafrechtelijke medewerkingsplicht is volgens het Hof van cassatie ruim toe te passen. De persoon die een dienst aanbiedt die erin bestaat zijn klanten toe te laten via een elektronisch netwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden, kan ook een verstrekker van een elektronische communicatiedienst zijn.” 

In dit arrest is duidelijk geworden dat de hoogste rechter in België er voor kiest dienstaanbieders zoals Yahoo onder het begrip ‘verstrekker van een elektronische communicatiedienst te plaatsen’. De Nederlandse wetgeving lijkt hier ook ruimte voor te bieden. Theoretisch gezien zouden we diensten als Yahoo ook in Nederland onder dit begrip kunnen plaatsen.

Als kleine landen zoals België en Nederland echter allerlei informatieverplichtingen gaan opleggen kan dat heel ongewenste effecten hebben. Het is dan voor Yahoo minder gunstig om in hier actief te zijn omdat ze ineens gehoor aan dit soort verzoeken moeten geven. Het lijkt daarnaast onredelijk om van deze dienstaanbieders te vragen alleen al binnen de EU met 27 verschillende jurisdicties rekening te houden met alle administratieve rompslomp en kosten van dien. 

Het Hof van Cassatie heeft hiermee een opmerkelijk arrest heeft gewezen. Men heeft zich wellicht te veel geconcentreerd op het belang van de opsporingsdiensten. Het belang van de miljoenen gebruikers van gratis emailadressen van bijvoorbeeld Gmail en Hotmail is hier denk ik niet mee gediend. De zaak is doorverwezen naar een lagere rechter voor verdere behandeling. We houden voor u in de gaten hoe dit afloopt.

Bron: Hof van Cassatie te Brussel