“Aankloppen bij ISP voor naw-gegevens is laatste redmiddel” zegt rechter
Alleen als alle andere opties uitgeput zijn, mag een rechthebbende bij een ISP de NAW-gegevens van een zich misdragende internetter opvragen. Dat oordeelde de rechtbank van Amsterdam in het hoger beroep tussen Ziggo en 123video, een YouTube-achtige site.
123video eiste van de ISP dat het de persoonsgegevens zou afstaan van één van Ziggo’s klanten die ervan wordt verdacht auteursrechtelijk beschermde werken te uploaden. 123video begon de zaak tegen Ziggo nadat de videosite zelf werd aangeklaagd door het productiebedrijf van pornobarones Kim Holland, de rechthebbende van het materiaal.
Nadat de pornoproducent haar (beschermde) materiaal tegenkwam op 123video, eiste ze bij de rechter een schadevergoeding van 500.000 euro. Omdat 123video geplaatste videos actief beheert, oordeelde de rechter dat de site meer is dan alleen een tussenpersoon en daarmee (mede) aansprakelijk was. Om zich te beschermen tegen de schadeclaim wilde de videosite de gegevens van de uploader achterhalen.
In de zaak Lycos/Pessers werd enige jaren geleden al geoordeeld dat providers onder omstandigheden gehouden zijn om de NAW gegevens van abonnees te overhandigen. In het arrest Lycos/Pessers werden strenge eisen geformuleerd om te bepalen wanneer een provider gegevens moest overhandigen. Zo moest er voldoende reden bestaan om aan te nemen dat er sprake was van onrechtmatig handelen, mocht er geen redelijke twijfel zijn of je wel de goede persoon te pakken had, en mochten er geen minder ingrijpende manieren zijn om de naw-gegevens te achterhalen (subsidiariteitstoets). In een latere uitspraak (BREIN/UPC) werden deze eisen iets versoepeld, zo werd niet meer zo stevig vastgehouden aan de subsidiariteitstoets.
In casu betekenen de hierboven opgesomde eisen in elk geval dat de belangen van de betrokkenen (Ziggo’s belang om de privacy van haar klanten te beschermen en 123video’s belang om te weten aan wie ze die schadeclaim te danken had) zorgvuldig gewogen moeten worden. Het Gerechtshof oordeelde uiteindelijk dat 123video ook andere mogelijkheden had om de uploader te contacteren. Zo had het bedrijf het e-mailadres van de uploader kunnen gebruiken. Het lijkt er nu op dat de rechter met dit arrest de teugels weer wat aan trekt.
De onderhavige zaak is interessant in relatie tot de zorgplicht van ISP’s. ISP’s vormen een natuurlijke spil in het internetverkeer. Vanwege hun positie zijn ze het logische aanspreekpunt bij online misstanden en hebben ze een wettelijke verplichting om mee te werken aan het oplossen daarvan. Aan de andere kant willen ze hun klanten zoveel mogelijk vrijwaren van aandacht van overheden en bedrijven.
