Belgische Hof: Yahoo niet gehouden tot medewerking aan identificatieverzoeken O.M.
Het Belgische O.M. is deze zomer teruggefloten door het Hof van Beroep Gent in een rechtszaak tegen het Amerikaanse Yahoo. Het O.M. eiste van Yahoo alle beschikbare informatie omtrent de identiteit van de houders van enkele Yahoo e-mailadressen. In eerste instantie stelde de rechtbank Dendermonde het O.M. in het gelijk. Het Hof van Beroep in Gent maakte daar dit jaar echter korte metten mee.
Het O.M. baseert haar vordering op art. 46bis van het Belgische Wetboek van Strafvordering. Dat artikel bepaalt dat een “operator van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiediensten” verplicht medewerking moet verlenen aan een identificatieverzoek van het Belgische O.M.
Volgens het O.M. valt een webmaildienst als Yahoo onder de definitie van een elektronisch communicatienetwerk of verstrekker van een elektronische communicatiediensten en de rechtbank geeft haar gelijk: “Yahoo! is immers niet enkel een portaalsite of een zoekmachine, maar biedt ook een (gratis) e-maildienst aan. (…) Het is duidelijk dat de wetgever bij het redigeren van de verplichtingen die voortvloeien uit art. 46bis Sv. ook dergelijke operatoren of verstrekkers voor ogen had. Dit is ook logisch gezien het belang dat de aanbieders van dergelijke gratis maildiensten in het internetverkeer vertegenwoordigen (cf. Hotmail, Gmail, Belgacom.net etc.).”
Een niet heel juridisch overtuigende redenatie... Yahoo tekent dan ook hoger beroep aan. In juni dit jaar concludeert het Hof van Beroep Gent (mijns inziens terecht) dat artikel 46bis Sv, voor zover het internetproviders betreft, alleen accessproviders en geen hostingproviders zoals webmaildiensten van Yahoo en Gmail, omvat. Daarmee is in casu niet aan de materiële eisen voor art. 46bis Sv. voldaan en hoeft Yahoo derhalve niet aan het identificatieverzoek van het O.M. te voldoen.
Voor zover eigenlijk niet zo heel veel nieuws onder de zon. Maar hoe moet het O.M. dan wel handelen om achter de identiteit van de gebruikers van enkele Yahoo-e-mailadressen te komen? Volgens Yahoo had het O.M. zich eerst tot het U.S. Departement of Justice moet wenden of had het een civiele "John Doe-lawsuit" kunnen starten. Ook had het O.M. aan de hand van het IP-adres van de gebruikers hun accessprovider kunnen traceren en hen een identificatieverzoek te doen. De Belgische accessprovider zou namelijk op grond van art. 46bis Sv. wel zijn gehouden tot medewerking aan een identificatieverzoek van het O.M.
