Contentwebsites vertragen verwijderingsverzoeken tot escalatiepunt
In het kader van de EU’s publieke consultatie op de e-Commercerichtlijn is het interessant dat zich recentelijk een aantal opvallende geschillen hebben afgespeeld tussen contentwebsites en contenteigenaren. Contenteigenaren- en beschermers twisten met websites die content aanbieden over het bestaan van een zorgplicht, toegang tot de fingerprinting databases en het verwijderen van onrechtmatige content. Anti-piraterijbureau Easycom merkt op dat auteursrecht- of nabuurrechthebbenden die een verzoek indienen om onrechtmatige content te doen verwijderen steeds vaker worden afgescheept of vertraagd tot het punt dat rechthebbenden afhaken of daadwerkelijk een juridische procedure starten.
Afwachten tot escalatiepunt
Artikel 14, lid 1, sub b van de Europese e-Commercerichtlijn schrijft voor dat een hostingprovider niet aansprakelijk is voor de opgeslagen informatie van gebruikers indien hij – wanneer hij een Notice and Take Down-verzoek ontvangt – “prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken”.
Volgens de rechter in de eerder besproken Viacom/Google-zaak, werkte het huidige Notice and Take Down (NTD) regime ‘efficiënt’, omdat YouTube binnen een dag gehoor had geven aan het NTD-verzoek van Viacom. Aan deze kant van de oceaan loopt het met dat ‘prompt handelen’ de laatste tijd echter niet zo vlot. Dat blijkt uit drie geschillen tussen Easycom (belangenbehartiger van diverse Albanese artiesten) en contentwebsites als YouTube, iTunes en Amazon.
YouTube
Zo weigerde YouTube gehoor te geven aan het NTD-verzoek van een groep van 120 Albanese artiesten. Gezamenlijk vertegenwoordigd door Aldor Nini van Easycom dienden zij een NTD verzoek in bij YouTube om hun songs van een opvallend populair YouTube kanaal te laten verwijderen. Ondanks herhaalde en onderbouwde verzoeken van de rechthebbenden, weigerde YouTube echter de inbreukmakende songs van het kanaal te verwijderen, omdat de beheerder beweerde over toestemming van de auteurs te beschikking.
“YouTube wacht duidelijk tot een bepaald escalatiepunt, voordat het gehoor geeft aan een NTD-verzoek”, stelt Nini. Een logische stap zou zijn om de songs van 120 artiesten in YouTube’s Content-ID fingerprintsysteem op te nemen, maar dat weigerde YouTube. Net als zij weigerde de accounts van herhaaldelijk inbreukmakende gebruikers te beëindigen”, merkt Nini op. Pas toen Nini namens de groep concrete stappen ondernam om het geschil voor de rechter te brengen, bleek YouTube bereid om mee te werken.
iTunes
Ook andere online aanbieders van muziek lijken verzoeken tot het verwijderen van inbreukmakende content naast zich neer te leggen en pas actie te ondernemen wanneer het geschil dreigt te escaleren, merkt Nini op. Zo trof de Albanese zangeres Soni Malaj haar in eigen beheer geproduceerde lied “Zemer Pa Kurdiser” aan als betaalde download in de iTunes-muziekcatalogus, zonder dat zij hiervoor toestemming had gegeven. Op een onderbouwd verzoek haar lied uit de catalogus te verwijderen, bleef iTunes volharden dat het wel degelijk over de toepasselijke licentierechten van het lied beschikte., maar kon dit niet aannemelijk maken. Pas toen Easycom namens Malaj een advocaat inschakelde die de zaak bij de rechtbank van Keulen aanhangig maakte, bleek iTunes schoorvoetend bereid tot een schikking en het verwijderen van het lied uit de catalogus.
Amazon
Malaj trof haar lied ook aan als betaalde download in de online muziekcatalogus van Amazon.de, zonder dat zij daar toestemming voor had gegeven. Een onderbouwd verzoek aan Amazon om deze uit de catalogus te verwijderen werd helaas niet opgevolgd. Een door de advocaat van Malaj voorgestelde schikking werd door Amazon terzijde gelegd. Pas toen partijen daadwerkelijk voor de Keulse rechter stonden, bleek Amazon - op verzoek van de rechter - bereid tot een minnelijke schikking. Amazon verplichtte zich het lied uit haar catalogus te verwijderen en verwijderd te houden en het betalen van alle proceskosten.
NTD
Er zijn wel meer problemen met de effectiviteit van NTD-procedures, legt Nini uit. Het lijkt er soms zelfs op alsof veel NTD procedures er meer op uit zijn om de wellicht inbreukmakende gebruiker te helpen, dan om de rechthebbende een reële kans te geven om zijn zaken op orde te krijgen.
Nini legt uit dat bijvoorbeeld YouTube, nadat het een NTD-verzoek ontvangt, eerst een notificatie stuurt naar de gebruiker om hem te informeren en om informatie te vragen. Zo wordt de gebruiker gevraagd om zijn naam, adres en woonplaats op te geven en aan te geven of hij van mening is dat a) er helemaal geen sprake is van overeenkomsten tussen de door hem geüploade content en die van de rechthebbende, b) zijn gebruik onder de zogenaamde ‘fair use’ exceptie valt, of c) hij toestemming (van de rechthebbende) heeft om de content openbaar te maken. Onderbouwing of beargumentering van de gemaakte keuze is niet noodzakelijk. Volgens Nini geven veel gebruikers aan over toestemming te beschikken, terwijl ze dat niet hebben. De respons van de gebruiker wordt in zijn geheel naar de rechthebbende doorgestuurd. Die heeft vervolgens de kans om binnen 10 dagen (!) aan te tonen dat hij daadwerkelijk een rechtszaak tegen de gebruikers is gestart, of anders blijft de content online.
Niet geheel onverwacht blijkt in de meeste gevallen de door de gebruiker opgegeven contactinformatie vals. En dan? Een rechtszaak starten tegen dhr. Onbekend, uit Onbekendstad in Onbekendistan is onmogelijk, er al vanuit gaande dat die rechthebbende over de financiële middelen beschikt om een rechtszaak te kunnen financieren. “En hier gaat het nog om YouTube, sommige hostingproviders zoals Ecatel reageren zelfs in het geheel niet op NTD-verzoeken”, is Nini’s ervaring.
Als een platform zich zo achter een anonieme gebruiker kan verschuilen, blijft voor een rechthebbende die de inbreukmakende content offline wil hebben als enige reële optie over om een juridische procedure te starten tegen het platform of de website. En dat zorgt voor weer andere problemen, legde Nini al eerder uit. De vraag die vervolgens rijst, is tot welke hoogte mogelijk inbreukmakende gebruikers, die opzettelijk hun identiteit verhullen, zouden moeten worden beschermd in verhouding tot serieuze en onderbouwde NTD verzoeken van makers of rechthebbenden.
Wat nu?
Alhoewel het absoluut van belang is dat hostingproviders content niet lichtvoetig verwijderen, is het vertragen van NTD verzoeken tot het punt waar de zaak dermate dreigt de escaleren dat een kostbare gerechtelijke procedure wordt gestart, het andere uiterste. Met name zelfstandige auteursrechthebbende die niet bij een grote maatschappij of beheersorganisatie zijn aangesloten, zullen dikwijls niet de lange adem of financiële middelen hebben om zich door een expert of advocaat te laten bijstaan.
In het licht van deze ontwikkelingen en de publieke consultatie van de Europese Commissie op de e-Commercerichtlijn, is het wellicht niet onwaarschijnlijk dat contenteigenaren en –belangenbehartigers er op zullen aandringen de regels en procedures omtrent NTD en andere verzoeken tot het verwijderen van (auteursrechtelijk) inbreukmakende content verder worden aangescherpt. Zou een betere samenwerking tussen content eigenaren en verspreiders niet een veel wenselijkere oplossing bieden dan nog meer wettelijke verplichtingen?
