Softwareproducent vindt hof van beroep aan haar kant in zaak tegen 2e hands handel
In de Verenigde Staten heeft een federaal hof van beroep de kant gekozen van de softwareindustrie in een zaak over de handel in 2e hands software. De laatste jaren zijn de software- en gamesbranche zich steeds feller gaan verzetten tegen de handel in gebruikte versies van hun waren.
Volgens het contract dat gebruikers sluiten met Autodesk heb je hun producten in licentie, en niet in bezit. De handelaar, die ongebruikte Autodesk software opkocht bij bedrijven en op rommelmarkten, zou zich niet aan dit contract houden.
De handelaar beriep zich op het ‘first-sale’ principe, die in de VS de juridische grond vormt voor de handel in gebruikte goederen waarop auteursrecht rust. Deze doctrine komt voort uit een uitspraak van de Amerikaanse Hoge Raad van 102 jaar geleden, waarin de rechtbank stelde dat rechthebbenden na de eerste verkoop niet kunnen voorkomen dat hun werken opnieuw worden verkocht, zolang er geen kopieën van worden gemaakt.
Omdat de Autodeskproducten nog niet geïnstalleerd waren, was die eerste verkoop nooit volledig gesloten, oordeelden de rechters. Autodesk geeft namelijk pas bij installatie de sleutel tot het gebruik van haar software. Het is pas op dat moment, stelden de rechters vast, dat de eerste koop ook daadwerkelijk gesloten wordt.
Deze uitspraak zou een poot onder de stoel van bedrijven als Netflix en Gamestop kunnen wegzagen, die zich (deels) toeleggen op de handel in gebruikte films en games.
De omvang van de schade die rechthebbenden lijden door de tweedehands verkoop is overigens niet duidelijk. Voorstanders van een tweede leven voor games wijzen erop dat het geld dat door deze handel weer in omloop wordt gebracht, veelal weer wordt gebruikt om nieuwe games te kopen. De tweedehands handel zorgt er vooral voor dat games zich onder meer mensen verspreiden, mensen die vaak geen geld hebben om regelmatig nieuwe games te kopen.
