Peters (Groen Links) maakt zich zorgen over het ACTA-Verdrag
GroenLinks is de onduidelijkheden omtrent ACTA helemaal zat, zo blijkt vandaag uit een bericht van Webwereld. Mariko Peters (GL) werd door een Webwereld-lezer getipt over de voorzetting van geheime onderhandelingen over ACTA en tegenstrijdigheden in de communicatie over mogelijke aanpassingen van de Nederlandse wet naar aanleiding van het verdrag. De Minister van Economische Zaken Van der Hoeven geeft antwoord.
Geheime onderhandelingen
Peters maakt zich zorgen dat de onderhandelingen over het ACTA Verdrag achter gesloten deuren plaatsvinden. Het is daardoor onduidelijk hoe het verdrag zich inhoudelijk ontwikkeld. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp en de belangen die er spelen, eist Peters meer transparantie.
Via een woordvoerder laat Van der Hoeven weten dat ze de bezorgdheid over de geheimzinnigheid rond het ACTA verdrag deelt en benadrukt dat Nederland bij herhaling op openheid heeft aangedrongen en zich daarvoor in overleggen ook sterk maakt.
Consequenties
Peters vraagt zich ook af wat nu werkelijk de consequenties van het ACTA-verdag zullen zijn op het civiel en strafrecht in Nederland. In eerder berichten had Van der Hoeven aangegeven dat er als gevolg van het ACTA verdrag geen wijzigingen in bestaande wetgeving zou optreden, maar een Webwereld-lezer ontving kreeg een ogenschijnlijk andere mededeling. De lezer had als beslissing op een Wob-verzoek van de minster te horen gekregen dat pas na het aannemen van het verdrag de gevolgen ervan op bestaande wetgeving konden worden bestudeerd.
De woordvoerder van Van der Hoeven laat weten geen tegenstrijdigheden te signaleren. “Sinds november 2009 hebben meerdere onderhandelingsronden plaatsgevonden. De inhoud van ACTA wordt hierdoor steeds verder duidelijk. Als gevolg hiervan kunnen wij in brieven van juli zeggen dat, zoals het er nu uitziet, de Nederlandse wetgeving inzake civiel en straf niet aangepast hoeft te worden”, meldt hij tegenover Webwereld. De woordvoerder stelt voorts geen enkele twijfel te hebben dat het Nederlandse parlement goed is geïnformeerd.
Amerikaanse toestanden
Peters blijft zich zorgen maken over de gevolgen van ACTA. Ze wil meer garantie dat de Nederlandse wetgeving niet zal worden aangepast. Ze vreest voor verdergaande aansprakelijkheidstelling van internetproviders, fansites en een downloadverbod. Ook zou Peters zich zorgen maken dat het tot "Amerikaanse toestanden" rond 'notice and takedown' gaat komen.
Meer duidelijkheid omtrent de ontwikkelingen en consequenties van het ACTA-verdrag zou inderdaad zeer wenselijk zijn, maar wat betreft het laatste lijkt Peters wel wat achter de feiten aan te lopen: op grond van de Europese e-Commercerichtlijn en de implementatie daarvan in Nederland, bestaat er al langer een soort Notice en Takedown regime. Sinds 2008 is deze in Nederland zelfs vastgelegd in een vrijwillige gedragscode voor Notice and Takedown voor overheid en bedrijfsleven. Dit regime werkt over het algemeen prima, uitzonderingen daargelaten natuurlijk.
“Iedereen die meent dat misbruik wordt gemaakt van zijn auteursrechten kan straks websites plat laten leggen en persoonsgegevens opvragen, zonder dat de rechter zich daarover uit kan spreken. Dat past niet in een rechtstaat.”, zegt Peters tegen Webwereld. Het zonder tussenkomst van de rechter ontoegankelijk maken van een website en opvragen van de persoonsgegevens van een internetgebruiker zonder tussenkomst van de rechter is echter allang mogelijk, doch alleen in gevallen waarin (kort gezegd) inbreuk onmiskenbaar is en het belang op privacy van de internetter niet dient te prevaleren. Dat laatste is in Nederland nu ook al aan de provider zelf en niet de rechter om te beoordelen.
Alhoewel deze gang van zaken binnen de mogelijkheden van de wet valt, is er veel discussie over de vraag of dit een wenselijke situatie is. Wat dat betreft zou Peters juist Amerikaanse toestanden kunnen wensen; daar kan via een anti-SLAPP motie voor de rechter worden bepaald of de persoonsgegevens van een anonieme internetgebruiker door een provider verstrekt moeten worden of dat het recht op privacy of vrijheid van meningsuiting dient te prevaleren. Daarbij kan ook de anonymus (anoniem) zijn zegje doen.
