Analyse van de Eyeworks vs. FTD-zaak

Auteur: Martine Wubben - 09-06-2010

Heel auteursrecht-minnend Nederland heeft een mening over het vonnis van rechter Hensen in de zaak tussen Eyeworks en FTD van 2 juni jongstleden. Het vonnis wijkt dat ook sterk af van eerdere jurisprudentie over de kwalificatie van een internettussenpersoon en kan als zodanig grote gevolgen hebben voor de handhaving van het auteursrecht in het huidige internettijdperk.


Muziekuitwisseling via internetplatforms

Tegenwoordig worden op grote schaal tussen internetgebruikers onderling auteursrechtelijk beschermde werken zoals films, muziek, games en televisieseries uitgewisseld. Daarbij spelen Peer to Peer-websites als Napster, BitTorrent sites als The Pirate Bay en Mininova en inmiddels ook Usenet-sites als FTD een sleutrelrol. Het is niet zozeer dat bezoekers van deze websites zonder toestemming het auteursrechtelijk beschermde materiaal direct van de servers van deze websites kunnen downloaden, als wel dat zich op deze websites een zee aan hyperlinks bevindt naar locaties elders  waar dat materiaal van de computers van een of meerdere aanbieders gedownload kan worden.


Binnen het auteursrecht is het onder meer inbreukmakend om zonder toestemming van de rechthebbende diens werk ‘openbaar’ te maken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat je niet op televisie een film mag laten zien, zonder toestemming van de rechthebbende, in veel gevallen de producent. Dit houdt ook in dat internetgebruikers die zonder toestemming een film of CD op internet aanbieden op internet, bijvoorbeeld via The Pirate Bay, inbreuk maken op de auteursrechten op die film of CD.


Er is de entertainmentindustrie echter minder aan gelegen om de individuele verspreiders van auteursrechtelijk beschermde werken aan te pakken, als wel de websites die het vinden van dergelijk materiaal aanzienlijk vergemakkelijken voor het grote publiek aan te pakken.


Inmiddels is de technologie namelijk zover gevorderd, dat door het klikken op bijvoorbeeld één BitTorrentlink op een site als Mininova, nagenoeg in één keer volautomatisch, doch van verschillende locaties elders op het web, het gewenste materiaal naar de computer van de bezoeker wordt gedownload, zodat het wellicht voor velen lijkt alsof het materiaal toch direct van de site wordt gedownload. Dat compliceert de vraag of dergelijke websites het aangeboden werk nu toch zelf aanbieden (‘openbaarmaken’) of slechts werken als zoekmachine naar inbreukmakende torrentlinks.


Juridische kwalificatie

De grote discussie draait dan ook om de vraag of het aanbieden van een platform voor de uitwisseling van auteursrechtelijk beschermde werken aan te merken is als een zelfstandige (auteursrechtinbreukmakende) openbaarmakingshandeling van de websitehouder. Wanneer dit het geval is, behoort namelijk een bijzondere handhavingprocedure onder andere tot de mogelijkheden. Via een ex-partebevel kan namelijk bij een inbeuk op een intellectuele eigendomsrecht, onder omstandigheden, zonder wederhoor (!) een bevel van de rechter te verkrijgen om de inbreukmakende activiteiten direct te laten beëindigen.


Vooralsnog oordeelden Nederlandse rechters dat websites die hoofdzakelijk ingericht zijn om auteursrechtelijk beschermde werken uit te werken, deze werken niet zelfstandig openbaarmaken in de zin van de Auteurswet. Desondanks handelden zij wel onrechtmatig door het op grote schaal en structureel faciliteren van auteursrechtelijke inbreuk en bovendien als gevolg daarvan financieel voordeel genieten. Dergelijk handelen is niet zozeer in strijd met het auteursrecht zelf, als wel in strijd met de zorgvuldigheid die eenieder in het maatschappelijk verkeer betaamt. Anders gezegd, er is sprake van een algemene onrechtmatig daad. Bij de beoordeling of er sprake is van een algemene onrechtmatige daad, kan de rechter alle omstandigheden van het concrete geval meewegen, zoals de inrichting van de site, de technische processen, het verdienmodel, medewerking aan verzoeken om inbreukmakende content te verwijderen.

Mininova

In de Mininova-zaak bijvoorbeeld, woog de rechter in dat kader mee dat de websitehouders de gebruikers van haar platform aanmoedigden om auteursrechtelijk beschermd materiaal via haar platform toegankelijk te maken, categorieën aan te maken zodat bepaald materiaal voor gebruikers gemakkelijker te vinden is en er met behulp van haar ‘administrators’ en ‘moderators’ voor zorgt dat de auteursrechtelijk beschermde werken die via haar platform toegankelijk zijn, ook bruikbaar zijn voor haar gebruikers. Door de inrichting van haar site, handelde Mininova onrechtmatig, dat wil zeggen in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, door het structureel faciliteren van auteursrechtinbreuk door haar gebruikers.


Eyeworks vs. FTD

In de zaak van Eyeworks (rechthebbende op de film ‘Komt een vrouw bij de dokter’) tegen FTD (aanbieder van een UseNet-platform voor de uitwisseling van films en muziek) oordeelde de rechter echter, in strijd met de in eerdere jurisprudentie uitgezette lijn, dat FTD wel zelfstandig openbaarmaakt en dus direct en zelfstandig inbreuk maakt op de auteursrechten van Eyeworks. Dat maakte het eerder gegeven en uitgevoerde ex-parte bevel rechtmatig. Dit is opmerkelijk gezien vergelijking die de rechter trekt met nota bene de Mininova-zaak:


4.9. De rechtbank Utrecht heeft op 26 augustus 2009 in een zaak tussen Stichting Brein en Mininova BV geoordeeld dat de in die procedure ter discussie gestelde handelingen van Mininova moeten worden gekwalificeerd als onrechtmatige daad en niet als auteursrechtinbreuk. De rechtbank achtte daarbij van belang het feit dat Mininova niet direct betrokken was bij het up- en downloaden van de auteursrechtelijk beschermde werken en dus niet op enig moment over die werken heeft beschikt. De handelingen van Mininova zijn tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van FTD. Uit het voorgaande blijkt dat de voorzieningenrechter in deze zaak de handelingen van FTD voorshands als zonder toestemming ter beschikking stellen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kwalificeert.


Vergelijking met andere intermediairs

In een artikel op Webwereld trekken Christiaan Alberdingk Thijm en Hans Bousie, twee in auteursrecht gespecialiseerde advocaten, fel van leer tegen het oordeel van rechter Hensen. Beiden zijn van mening dat met dit ‘schokkende’ en ‘onhoudbare’ oordeel het auteursrechtelijke openbaarmakingsbegrip te ver is opgerekt. In relatie tot eerdere jurisprudentie is die reactie te begrijpen.


Beide advocaten trekken vergelijkingen met andere intermediairs die het openbaarmaken van werken kunnen faciliteren, zoals XeroX, aanbieder van fotokopieerapparaten (bijv. boeken kopiëren), JVC, aanbieder van digitale videorecorders (bijv. kopiëren van films in de bioscoopzaak) en iTunes (verspreiden/kopiëren van muziek). Alberdingk Thijm noemt iTunes als voorbeeld: "Mijn iTunes-programma vervult ook een sleutelrol bij het ophalen van muziek en speellijsten. Dat zo'n faciliterende rol bij auteursrechtinbreuk onrechtmatig is, daar kan je nog inkomen. Maar daarmee pleegt iemand zelf geen auteursrechtinbreuk, dat is een heel ander verhaal. Dan kan je met een briefje naar de rechter stappen en ex-parte Apple uit de lucht halen."


Het voorbeeld van de iTunes-ex-parte is echter niet helemaal fair. Juridisch gezien zou het mogelijk zijn, maar in de praktijk zal men een legale, zich coöperatief opstellende uitwisselingsdienst als iTunes, waar mogelijk incidenteel onrechtmatige content wordt aangetroffen, niet met een dergelijk vergaand middel als een ex-parte willen aanpakken. Laat staan dat een ex-parte-verzoek door de rechter zal worden toegewezen.


Niet noodzakelijk

Het FTD-vonnis rekt het openbaarmakingsbegrip zo ver op dat structureel inbreuk-faciliterende websites nu direct, zelfstandig inbreuk zouden maken op auteursrechten. Deze oprekking is echter niet noodzakelijk om partijen als FTD aan te kunnen pakken, aangezien structureel faciliteren van inbreuk al onrechtmatig is op basis van maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen. Toch is deze oprekking, bekeken in het in het licht van de steeds grimmiger wordende strijd tussen piraten en de BREIN’s van deze wereld niet eens zo heel opmerkelijk…


Hoger beroep

Overigens is zojuist op Tweakers bekend gemaakt dat FTD in beroep gaat tegen het vonnis van 2 juni. Uitgaande van het hierboven besprokene is er een grote kans dat het vonnis uiteindelijk vernietigd zal worden. Toch zal ook in hoger beroep de dienst van FTD onrechtmatig bevonden worden, maar dan niet vanwege (directe) auteursrechtinbreuk, maar op basis van het in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid structureel faciliteren van auteursrechtinbreuk.