Nieuw Amerikaans businessmodel: downloaders eisen te schikken om rechtszaak te voorkomen

Auteur: Martine Wubben - 02-06-2010

Terwijl de Amerikaanse entertainmentindustrie haar handhavingsbeleid juist niet langer op individuele downloaders richt, lijkt een Amerikaans advocatenkantoor het schikken van rechtszaken tegen individuele downloaders tot een lucratief verdienmodel te hebben verheven.

Wired en ArsTechnica hebben beiden interessant onderzoek gedaan naar het aantal rechtszaken over auteursrechtinbreuk in de Verenigde Staten tussen 1993 en mei 2010, waarin verschillende handhavingsstrategieen zijn te herkennen.


Tussen 1993 en 2003 dienden er in de VS per jaar gemiddeld 'slechts' tussen de 2000 en 3000 rechtszaken over auteursrechtinbreuken.

De periode 2004-2008 toont een opvallende stijging. Van 3000 inbreuk zaken per jaar in 2004 naar 6000, 5000, 4500 en 4000. Wired noemt dit de “RIAA bump”. Deze bump zou het gevolg zijn van een kentering in het RIAA handhavingsbeleid. De focus van de RIAA verschoof in deze periode van het aanspreken van aanbieders van filesharing diensten, naar het vervolgen van individuele downloaders. Volgens Wired zou de RIAA met dit beleid potentiële downloaders hebben willen afschrikken.

Van de 18.0000 rechtszaken die er in deze periode door de RIAA tegen individuele downloaders werden gestart, zouden er volgens ArsTechnica 11.000 zijn geschikt om het risico van een rechtszaak en een potentiële wettelijke schadevergoeding van  150.000 dollar per inbreuk te voorkomen. (N.B. In Amerika is het mogelijk om via een ISP een rechtszaak te starten tegen een anonieme internetter, een ‘John Doe’-procedure.) Van de 7.000 die aanvankelijk weigerden te schikken, deed nagenoeg iedereen dit alsnog, nadat de RIAA een rechtszaak startte om hun identiteit te achterhalen.


Vijf jaar en 18.000 rechtszaken later, zou de RIAA in december 2008 hebben aangekondigd het vervolgen van individuele downloaders te willen stoppen. In plaats daarvan zou de RIAA hebben aangegeven zich te willen focussen op het belemmeren van de internettoegang van auteursrechtinbreukmakers. Volgens Wired weigeren Amerikaanse ISP’s echter vooralsnog three strikes of graduated response policies in te voeren.


Het lijkt er echter op alsof in 2010 de handhavingstrategieën zich weer meer dan ooit op de individuele downloader richten. ArsTechnica heeft de auteursrecht inbreukzaken die tot en met mei van dit jaar zijn ingediend bij elkaar opgeteld, en komt nu al op een kleine 15.000 (!) rechtszaken. Volgens ArsTechnica is deze opzienbarende stijging niet zozeer te wijten aan de RIAA als wel aan de US Copyright Group, een initiatief van het Amerikaanse advocatenkantoor Dunlap, Grubb & Weaver, waar we eerder op deze blog ook al over schreven.


Volgens Ars Technica is het verdienmodel van de US Copyright Group simpel: individuele, independent filmmakers benaderen en hen overtuigen om kosteloos John Doe-procedures tegen individuele downloaders te starten en vervolgens van hen een schikkingsbedrag van 1.500 tot 2.500 dollar eisen, om een rechtszaak waarin een wettelijke schadevergoeding van 150.000 dollar geëist kan worden, te seponeren. Voor het betalen van de schikkingsbedragen zou een speciale website zijn opgezet waar men met creditcard en checks (de laatste schijnbaar nog een gangbaar betaalmiddel is de VS) kan betalen. De opbrengsten worden volgens ArsTechnica met de producenten gedeeld. ArsTechnica rekende uit dat als  90 procent van de John Doe’s op het schikkingsvoorstel ingaan (zoals eerder bij de RIAA-zaken het geval was), dit voor de producenten en advocaten 19,7 miljoen dollar zal opleveren.


In Nederland bestaat zo’n John Doe-procedure niet, alhoewel privacy voorvechters zich hier wel positief over hebben uitgelaten. Gezien het bovenstaande kleven echter ook nadelen aan dit soort procedures.

02 juni 2010