Conclusie A-G: alleen privékopie-heffing op gegevensdragers die daarvoor worden gebruikt

Auteur: Martine Wubben - 12-05-2010

Volgens advocaat-generaal Verica Trstenjak mogen Lidstaten niet klakkeloos op alle gegevensdragers een vergoeding voor privékopieën heffen. De advocaat-generaal kwam tot die conclusie in de zaak tussen de Spaanse beheersorganisatie voor intellectuele eigendomsrechten SGAE tegen Padawan, producent van elektronische geheugendragers.


Op basis van de Europese richtlijn inzake het auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij hebben auteurs, uitvoerend kunstenaars, muziek- en filmproducenten en omroeporganisaties het recht de reproductie van hun werken, uitvoeringen, muziek, films en uitzendingen toe te staan of te verbieden (artikel 2 richtlijn). Dit geeft rechthebbenden de mogelijkheid om bijvoorbeeld een vergoeding te vragen voor reproductie van hun werk. Dat houdt in principe in dat iedereen eerst contact zou moeten opnemen met de maker van een werk, voordat hij het zou mogen reproduceren. Europese lidstaten mogen echter een uitzondering op dit reproductierecht maken ten behoeve van privékopieën. Een natuurlijk persoon mag voor privégebruik zonder (in)direct commercieel oogmerk een reproductie (privékopie of thuiskopie) maken van auteursrechtelijke beschermd materiaal, zonder hiervoor eerst toestemming te vragen aan de rechthebbende, mits hij hier een “billijke vergoeding” voor betaald.


De meeste Lidstaten verwachten gelukkig niet van iemand die een privékopietje van bijvoorbeeld een populair hiphopnummer maakt, dat hij zelf gaat bepalen wat een billijk bedrag is en dat hij dit gaat overmaken naar de rekening van Snoop Dogg. Die billijke vergoeding wordt geheven op de gegevensdrager waarop je de kopie maakt. De producent van de gegevensdrager draagt vervolgens periodiek die privé kopieheffing af aan de beheersorganisaties, die deze gelden onder de rechthebbenden verdelen. In Nederland is downloaden toegestaan, omdat het onder de reikwijdte van de privékopie-exceptie valt.


Padawan stelde zich op het standpunt dat SGAE over geheugendragers die niet voor het kopiëren van auteursrechtelijke materiaal gebruikt zullen worden, een dergelijke heffing niet mag heven. Vandaag kwam de advocaat-generaal in de zaak tussen SGAE en Padawan voor het Europese Hof van Justitie tot de conclusie dat Europese lidstaten slechts bevoegd zijn een heffing voor privé kopieën te heffen, indien er samenhang bestaat tussen het recht op de heffing en de financiële compensatie, dat wil zeggen dat er een vermoeden moet bestaan dat de desbetreffende dragers ook daadwerkelijk voor het maken van privékopieën worden aangewend. Wanneer “blijkens de ervaring apparatuur en gegevensdragers voor digitale weergave voor andere doeleinden dan voor privégebruik” worden gekocht, is geen sprake van een billijke compensatie in de zin van de richtlijn.


Daarmee is niet gezegd dat het Hof van Justitie de conclusie van de advocaat-generaal zal volgen. De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies en bindt het Hof van Justitie niet. Het uiteindelijke arrest wordt later gewezen. Als het Europese Hof de conclusie van de advocaat-generaal overneemt, is zal dit waarschijnlijk niet veel gevolgen hebben voor het Nederlandse thuiskopie-systeem.


In Nederland moeten thuiskopieheffingen worden afgedragen aan Stichting de Thuiskopie. Er moeten onder andere heffingen betaald worden op blanco dvd’s, audio cd-r/rw's, data cd-r/rw's, minidiscs, VHS-banden en audiocassettes. Hier zijn echter uitzonderingen op. Audiovisuele productiebedrijven kunnen onder bepaalde voorwaarden voor dvd's een vrijstelling voor professioneel gebruik krijgen. Ook hoeft voor een aantal blanco dragers geen opgave te worden gedaan, omdat deze grotendeels professioneel worden gebruikt. Voor leveringen van gegevensdragers aan professionele gebruikers kan ook vrijstelling voor de vergoedingsplicht worden aangevraagd.


12 mei 2010