Waarom ACTA zijn eigen platform oprichtte

Auteur: Wouter Schilpzand - 05-05-2010

Op Technollama verscheen onlangs een interessant artikel dat antwoord geeft op de vraag waarom de onderhandelingen over ACTA op deze manier worden gevoerd, als een multilateraal handelsverdrag en niet via de bestaande kanalen van de WTO en WIPO.


Om te beginnen met een antwoord op die vraag is het handig om eerst een blik te werpen op de economische kant van intellectueel eigendom. De drijvende krachten achter ACTA zijn voor het merendeel landen met een innovatieve industrie en goed ontwikkelde creatieve sector die bijdrage leveren aan het handelsoverschot. Ze zijn netto IE-exporteurs. Dit geldt vooral voor de VS en Groot Brittannië. Als deze landen hun IE-exportsurplus willen behouden, is het belangrijk dat hun eigendom over die werken beschermd worden in de landen waarnaar ze exporteren. Dat hun patenten gelden, dat hun handelsmerk niet wordt nagemaakt en dat het auteursrecht op hun werken niet wordt geschonden.


De reden dat er geen gebruik wordt gemaakt van bestaande onderhandelingsplatforms is dat ze de ACTA-partners ze niet slagvaardig genoeg vinden. Aangezien IE-eigenaren altijd behoorlijk agressief zijn geweest in het nastreven van hun agenda’s, zijn ze er in het verleden in geslaagd om beleid aan te laten nemen dat tegen het belang van zich ontwikkelende landen was. Deze landen kregen, met de opkomst van de BRIC-landen, een sterkere positie aan de onderhandelingstafel. De WTO en WIPO zijn nu organisaties met een meer representatieve machtsbalans, maar helaas zijn ze hierdoor ook minder effectief geworden. Ruzie tussen de leden zorgt dat er veel tijd wordt verloren.


“Dus,” vraagt Technollama zich af: “Als je een land bent dat door wil gaan met het beschermen van intellectueel eigendom op het internationale podium, wat zou je dan doen? Dat is waar ACTA om de hoek komt kijken.” Het is niet onwaarschijnlijk dat toekomstige handelsovereenkomsten op een soortgelijke manier van de grond zullen komen.

 

5 mei 2010