Concepttekst ACTA openbaar gemaakt
Gisteren hebben de onderhandelingspartners de concepttekst voor ACTA openbaar gemaakt. Het voorstel gaat naast namaakgoederen en –medicijnen ook in op online piraterij. Maar, zoals al door de Europese Commissie was aangegeven, is het voorstel minder stellig over het afsluiten van internetverbindingen bij file-sharing als werd gevreesd.
In plaats van de omstreden voetnoot die het landen zou verplichten om een three-strikesbeleid te voeren, biedt het conceptverdrag wel die mogelijkheid aan landen, maar geen verplichting. Volgens Ars Technica, dat het stuk uitgebreid becommentarieerd, is deze optie vooral gericht op de Europese context, waar beleid en houding ten opzichte van downloaden zonder toestemming nogal uiteenloopt. Zo zijn de overheden van Frankrijk en Groot Brittannië behoorlijk actief in het tegengaan van file-sharing, terwijl een land als Spanje daar heel anders mee omgaat.
Het voorstel vermeldt expliciet dat overheden ISP’s niet kunnen verplichten hun verkeer te filteren op beschermd materiaal, noch tot het actief opsporen van file-sharers. Volgens het ACTA-concept zijn ISP’s in beginsel niet verantwoordelijk voor file-sharing door hun klanten, het zogenaamde ‘safe harbour’ principe. Van ISP’s wordt wel verwacht dat ze “beleid ontwikkelen en uitvoeren om niet-toegestane opslag en verspreiding van auteursrechtelijk beschermde materialen aan te pakken”. Deze clausule lijkt erg sterk op een artikel uit Amerikaanse Digital Millennium Copyright Act.
In het aanpakken van online piraterij geeft ACTA rechthebbenden wel de mogelijkheid om bij ISP’s aan te kloppen voor de naam- en adresgegevens van vermeende file-sharers. Bovendien spoort de tekst rechthebbenden en ISP’s aan om samen op te trekken in de aanpak van file-sharing. Over dit artikel is nog geen consensus bereikt door alle deelnemende landen.
ACTA vereist dat landen file-sharing op commerciële schaal strafbaar stellen. Over de manier waarop dat zou moeten gebeuren en wat een commerciële schaal is, wordt nog onderhandeld. De voorlopige tekst zegt wel, dat een direct of indirect financieel gewin niet per se aangetoond hoeft te worden.
22 april 2010
