File-sharing is moreel verdedigbaar, zegt winnend essay

Auteur: Wouter Schilpzand - 23-02-2010

De jaarlijkse winnaar van de Glassen Ethics Competition, Kamal Dhillon, een 18 jarige middelbare scholier van de Balmoral Hall School, betoogt dat file-sharing dan wel illegaal is, maar toch moreel verdedigbaar.


De hoofdboodschap in het artikel, dat in zijn geheel hier gelezen kan worden, is dat het auteursrecht verouderd is en onhoudbaar in een digitale omgeving en dat het in strijd is met wat mensen willen: delen. Creatieve industrieën, zegt de auteur, houden in hun stompzinnigheid vast aan verdienmodellen die zooooo twintigste-eeuws zijn. In plaats van proberen vast te houden aan de status quo zouden ze de veranderingen moeten accepteren om stappen vooruit te zetten.


Het alternatief dat de schrijver voorstelt is om een belasting te heffen waarmee artiesten voor hun werk betaalt worden.


Hoewel het een essay is over ethiek en moraliteit, bevat het niet veel ethisch debat, behalve de herhaalde stelling dat jonge mensen file-sharing moreel acceptabel vinden.


Veel ethici en filosofen hebben modellen geformuleerd waarmee je een morele analyse kan uitvoeren. Twee invloedrijke stromingen voor het denken over ethiek zijn de utilitaire benadering, voorgesteld door de negentiende-eeuwse filosoof John Stuart Mill en doel-ethiek, waar Immanuel Kant een belangrijke bijdrage aan leverde.


Het utilitarisme beoordeelt de morele juistheid van een actie op de wenselijkheid van haar gevolgen. “Het grootste geluk voor het grootste aantal” is hun credo. Moraliteit wordt hier berekend: men probeert het geluk dat uit een bepaalde handeling voortkomt in te schatten en te kwantificeren en maakt vervolgens de rekensom. Als er een surplus geluk ontstaat, wordt de actie gezien als moreel juist.


Dit is de meest intuïtieve vorm van ethiek, en lijkt erop te wijzen dat file-sharing inderdaad moreel te verdedigen is. Er zijn tenslotte miljoenen mensen gebaat bij het vrij verspreiden van culturele werken. Zelfs als het voor een minderheid verlies betekent (namelijk de producenten van deze werken). Om de zaak iets ingewikkelder te maken, voegde de Italiaanse econoom Pareto nog een principe toe: niemand mag benadeeld worden door de vooruitgang van de meerderheid. Benadeelden van een bepaalde handeling moeten daar op de een of andere manier voor gecompenseerd worden. Het liefst door degene die de handeling doet.


Kant zegt daarentegen dat als je alleen naar de gevolgen kijkt, je nog steeds moreel onjuiste oplossingen kan krijgen. Om dat te voorkomen stelt hij voor om de gevolgen buiten beschouwing te laten en te kijken naar de juistheid van het doel van een actie.

Hij doet de suggestie om alleen te handelen ‘volgens de maxime waarvan je wil dat het een algemene wet wordt”. In het geval van file-sharing zou zo’n maxime kunnen zijn: “het is prima om andermans bezit te delen”.


Verder, zegt Kant, moet je mensen alleen behandelen als een doel in zichzelf, nooit alleen als middel. Deze regel houdt in dat je niet tegen het belang van mensen mag handelen die de gevolgen ondervinden van je actie. Vertaald naar de context van file-sharing betekent dat dat file-sharing prima is, zolang je het doet om het belang van de artiesten en producenten te behartigen, en niet alleen om hun werk gratis te consumeren.


Ik laat het aan de lezers om zelf hun oordeel over de morele juistheid van file-sharing te vellen. Maar als je het doet, kun je op zijn minst het inzicht gebruiken dat ethici in 200 jaar tijd hebben verzameld.

23 februari 2010