Weinig inzicht in effectiviteit van beleid tegen namaakgoederen en piraterij

Auteur: Wouter Schilpzand - 12-02-2010

De Algemene Rekenkamer is kritisch over de manier waarop de douane meet wat het resultaat en effectiviteit is van bij het handhaven van intellectueel eigendom.


De Europese Unie is een gewilde bestemming voor namaak. Hoewel de omvang van de markt voor namaak onbekend is, wordt geschat dat er per jaar voor honderden miljoenen, zo niet miljarden euro’s aan nagemaakte goederen wordt omgezet.

Hoewel daarvan maar een klein deel voor de Nederlandse markt bestemd is, spelen de haven van Rotterdam en het vliegveld Schiphol een sleutelrol in de doorvoer ervan.


De Nederlandse douane doet op een professionele manier haar werk bij de opsporing van namaakgoederen, zeggen de auteurs, maar hebben vaak geen idee van de mate waarin ze de doelen van het handhavingsbeleid realiseert. Dat komt vooral door een gebrekkig inzicht in de omvang van het probleem en het werken met onvolledige cijfers.


Op het gebied van verslaglegging en rapportage laten verschillende organisaties steken vallen, schrijven de auteurs. Zo vergelijkt de douane soms appels met peren en worden verschillende categorieën gegevens ten onrechte bij elkaar opgeteld. Hoewel dit bij de betrokken organisaties bekend is, gebruiken ze deze cijfers toch voor evaluaties en het formuleren van nieuw beleid.

 

Dit probleem speelt niet alleen in Nederland. Ook op Europees niveau ontbreekt een goed inzicht in de effectiviteit van het beleid. De Europese Commissie is niet scheutig met cijfers en lidstaten meten met verschillende definities. De Rekenkamer noemt dit de belangrijkste uitdaging voor het nieuwe Europese Observatorium voor namaak en piraterij. “Het slagen van het Europees waarnemingscentrum is afhankelijk van de beschikbaarheid van volledige, betrouwbare en vergelijkbare informatie van de lidstaten.”


In een reactie laten de ministeries van Economische Zaken en Financiën weten gezamenlijk op te trekken om de handhaving van intellectueel eigendom te verbeteren. Bovendien zegt de minister toe om te werken aan het gebrek aan betrouwbare gegevens en daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij Europese standaarden.

12 februari 2010