Is Google de nieuwe Microsoft?
Google is een goede vriend van het grote publiek. Het bedrijf geeft ons een zoekmachine, toegang tot betrouwbare landkaarten, programma’s om te schrijven en berekeningen te maken, etc. En allemaal gratis! Als bedrijf heeft het altijd volgehouden het algemene belang na te streven. In de woorden van Googles oprichters Larry Page en Sergey Brin: “We geloven dat een goed functionerende maatschappij toegang moet hebben tot overvloedige, gratis en onbevooroordeelde toegang tot hoogwaardige informatie.” In hun visie is daar “een bedrijf dat betrouwbaar is en in het algemeen belang handelt” voor nodig .
Bovendien staat er op de investor relations-pagine van Googles site een zin die boekdelen spreekt. “Wees niet kwaadaardig. We geloven er heilig in dat we op lange termijn beter af zijn met een bedrijf dat goede dingen doet voor de wereld (…). Dat is een belangrijk onderdeel van onze cultuur en wordt breed gedeeld in het bedrijf.”
Zelfs al ziet Google zichzelf als één van de Good Guys, de Amerikaanse overheid wordt wantrouwig. Er komt een hoop macht bij één bedrijf te liggen in een hele belangrijke markt. Sinds 2007 heeft Google de aandacht van de mededingingsafdeling van het ministerie van Justitie. Onlangs benoemde president Obama Christine Varney, die zich erg kritisch over Google heeft uitgelaten als hoofd van de mededingingsdivisie. Varney is een gedreven en ervaren antitrustadvocate. Ze speelde een instrumentele rol in het creëren van een beeld van Microsoft als de grote pestkop van de software-industrie terwijl ze Netscape verdedigde.
Deze aandacht van de mededingingsdivisie voor Google is niet onterecht. Op elke plek waar een paar spelers meer en meer macht en controle over de markt krijgen, volgt macht over andere domeinen vaak snel.
Een goed voorbeeld is navigatietechnologie. Google maps heeft, tot nu toe, altijd vertrouwd op de gedegen kennis van de gespecialiseerde kaartenmakers TeleAtlas en Navteq. Echter, met de nieuwe streetview dienst hebben teams van Google zelf gedetailleerde kaarten op straatniveau van bijna alle wegen in de VS gemaakt. Zo zijn ze niet langer afhankelijk van kaarten van derden en hoeven ze geen dure licenties meer te betalen. Google gebruikt deze kennis om een gratis navigatie-applicatie te ontwikkelen die ze gratis wil gaan aanbieden. Daarmee maken ze het leven van bedrijven als TomTom en Garmin, die navigatie-apparatuur bouwen en eigenaars zijn van de kaartenmakers, erg zuur.
Google doet dat niet omdat het een kwaadaardige monopolist is wiens gedrag in strijd is met ieders belang behalve het eigen. Integendeel. Voor gebruikers is gratis navigatie natuurlijk een zegen. Toch zal ook een vriendelijke reus alles wat onder zijn voeten beland, verpletteren.
Googles boekendeal is ook zo’n voorbeeld. Om het publieke belang te dienen, begon Google om de archieven van bibliotheken te scannen en die boeken online aan te bieden, meestal gratis. Maar veel van die boeken waren auteursrechtelijk beschermd en Google had verzuimd om de rechthebbenden om toestemming te vragen. Toen het Amerikaanse Authors Guild een zaak tegen Google begon, schikte het bedrijf. Omdat Google zo’n gigant is en al een groot aantal werken in bezit had, was die schikking voordelig voor Google. Nu sluit het deals met de grote uitgevers, waarmee het zijn eigen positie versterkt en mogelijk de positie van individuele auteurs en rechthebbenden uitholt.
Terwijl Google zijn armen uitstrekt en meer en meer markten bedient met gratis producten ontstaat er een risico dat kwaliteit en diversiteit van het aanbod in deze markten zal terugvallen aangezien maar weinigen met Google’s favoriete prijs kunnen concurreren. In het belang van innovatie, diversiteit en keuze is het belangrijk dat online markten niet gedomineerd worden door een paar reuzen, zelfs al zijn ze zo vriendelijke als Google.
