Wetenschapsstichtingen beter uit met open alternatief auteursrecht

Auteur: Wouter Schilpzand - 24-09-2009

Er zijn, met name in de VS, veel stichtingen die wetenschappers ondersteunen in het maken en distribueren van uiteenlopende werken zoals artikelen, onderzoeksrapporten, boeken, lesmateriaal etc. Deze stichtingen streven er vaak naar deze werken zo goed en veel mogelijk te verspreiden om een vrije kennisdeling te stimuleren en daarmee bij te dragen aan het publieke goed.


Harvard University heeft onlangs een rapport uitgebracht waarin ze evalueert hoe deze stichtingen gebruiken maken van alternatieve auteursrechtlicenties om hun kennis te verspreiden. Veel van de stichtingen die het creëren van werken steunen, laten hun werk onder het auteursrecht vallen. Het ‘klassieke’ auteursrecht vereist van uitgevers dat ze aan elke gebruiker apart een licentie geven om het werk te verspreiden.  Aangezien veel van de stichtingen het doel hebben om het werk zo veel mogelijk te verspreiden, maakt een groeiend aantal gebruik  van alternatieve vormen van auteursrecht, zoals het General Public Licence (GPL) en Creative Commons (CC). De veelgebruikte software Linux, en ook webbrowser Firefox, bijvoorbeeld, worden verspreid met een GPL licentie. En volgens Creative Commons zijn al meer dan 250 miljoen werken over de hele wereld uitgebracht met een CC licentie.


De onderzoekers vonden dat open licenties deze stichtingen op verschillende manieren voordeel ondervinden van de licenties. Op een fundamenteel niveau komen deze licenties goed overeen met hun missie om hun werk vrijelijk te verspreiden. Bovendien dragen de licenties vaak bij aan het goed functioneren van de stichtingen, zeiden respondenten. Ze helpen het werk zo snel en zo breed mogelijk te verspreiden. Dat werk kan dan snel weer gebruikt worden als input voor anderen. Bovendien helpt de snelle en gratis verspreiding voorkomen dat onderzoekers dubbel werk doen.


Deze alternatieve vormen van auteursrecht zijn geen vervanging van wat we hier ‘klassiek’ auteursrecht noemen. Beide hebben ze hun waarde in verschillende situaties. Als rechthebbenden de controle over hun werk willen behouden en er hun brood mee moeten verdienen, dan werkt het gewone auteursrecht beter. Wanneer men streeft naar een vrij verspreiding van de eigen kennis en content, voldoen de open licenties beter.


Ik zie de opkomst van open licenties als een welkome aanvulling op de mogelijkheden die een rechthebbende heeft in het bepalen van een plan voor de publicatie van zijn werk. Ze zijn een teken van vernieuwing en een waardevol onderdeel van de toekomst van het auteursrecht.