Technische maatregelen (deel VI): conclusies
In de afgelopen dagen zijn verschillende technische maatregelen besproken die kunnen bijdragen aan het terugdringen van piraterij. Hoewel uiteraard geen van deze maatregelen 100% effectief is, is de verwachting wel dat de toepassing ervan wel tot een sterke reductie in de hoeveelheid illegaal uitgewisseld materiaal zal leiden.
Site blokkades
Het blokkeren van de toegang tot sites is het meest omstreden omdat dit ingaat tegen het recht op vrijheid van meningsuiting en informatiegaring. Professor Egbert Dommering noemt deze vorm van filtering zelfs censuur. Het blokkeren van sites is ook een redelijk ‘grof’ middel, ook bestanden die niet illegaal of auteursrechtelijk beschermd zijn worden op deze manier tegen gehouden.
Het blokkeren van sites zou dus enkel op last van de rechter moeten geschieden. Hierbij dient de rechter een afweging te maken tussen de belangen van de rechthebbenden en de beheerders van de site. Zaken als de schade aan de rechthebbenden, het belang van de vrijheid van meningsuiting en informatiegaring, de verhouding tussen legaal en illegaal aanbod en de manier waarop de site omgaat met Notice & Takedown verzoeken, kunnen aanknopingspunten voor de rechter zijn.
Poort- en protocolblokkering
Het blokkeren van poorten of protocollen is eveneens een grof middel om het illegaal uitwisselen van bestanden tegen te gaan, immers door de blokkade wordt ook de uitwisseling van legale bestanden getroffen. Dergelijke blokkades zijn niet goed voor innovatie op het gebied van distributie, treffen ook eerlijke gebruikers en remmen de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen. Blokkades gericht tegen individuele gebruikers zijn wel mogelijk, maar dit zal dan een van de laatste stappen in een ‘graduated’ response procedure moeten zijn.
Bandwidth management
Het managen van bandbreedte is al een meer genuanceerde aanpak. Het terugschroeven van de snelheid van de verbinding zou bijvoorbeeld alleen die gebruikers kunnen treffen die boven een bepaalde downloadlimiet komen, of alleen die gebruikers die illegaal materiaal blijven up- en downloaden. Deze methode heeft ook als voordeel dat het nagenoeg niet ingrijpt in de vrijheid van meningsuiting, immers de informatie kan nog steeds worden overgebracht, zij het langzamer. Wel staat bandwidth management op gespannen voet met het beginsel van net-neutraliteit dat zegt dat al het internetverkeer gelijkwaardig is. Echter, gezien de exponentiële groei van het p2p-verkeer (tot momenteel zo’n 50% van de consumptie van bandbreedte wereldwijd) is het de vraag hoe lang dit principe überhaupt nog handhaafbaar is voor de ISPs.
Contentherkenning
Contentherkenning kan bijdragen aan het creëren van fijnmaziger systemen om piraterij tegen te gaan. Deze systemen zouden alleen die content kunnen blokkeren die daadwerkelijk illegaal verspreid wordt, zonder verder het overige p2p verkeer te storen. Nadeel van contentherkenning is dat de technologie nog volop in ontwikkeling is en de implementatie ervan relatief duur. Daarnaast speelt het feit dat naar de content gekeken moet worden hetgeen een mogelijke inbreuk op de privacy kan vormen.
Uit het bovenstaande blijkt dat het invoeren van technische maatregelen zeer zorgvuldig gebeuren. Omdat de toepassing van technische maatregelen op gespannen voet kan staan met de vrijheid van meningsuiting, de privacy van de gebruiker en de principes van net-neutraliteit, zijn transparantie, checks and balances en goede geschillenbeslechtingsmechanismen noodzakelijk.
Naast de positie van de gebruiker speelt ook de positie van de ISP een rol. De ISP moet in principe niet op de stoel van de rechter terechtkomen. Toch lijkt het onvermijdelijk dat de ISPs keuzes zullen moeten gaan maken, hetzij op last van de rechter, hetzij ter bescherming van het eigen netwerk, hetzij in samenspraak met de rechthebbenden.
