|
Met het steeds verder teruglopen van de verdiensten in de muziekindustrie door de druk van file-sharing, wordt het beeld van de muziekindustrie als een bedrijfstak in crisis. Meer en meer mensen consumeren hun producten gratis, hun gedrag goedpratend met argumenten als: “het is de eigen schuld van de industrie omdat ze niet met hun tijd meegaan” of “alle winsten gaan toch maar naar de grote bazen, niet naar de artiesten” of “het is geen diefstal omdat ik niets wegneem”.
Hoewel we soms denken dat het een nieuw verschijnsel is dat een aanzienlijk deel van de bevolking ergens niet voor wil betalen, is dat in de geschiedenis regelmatig voorgevallen. In de loop van de laatste paar eeuwen in de Europese geschiedenis ging er een golf van linkse politieke revoluties door Europa. Beginnend in Frankrijk en eindigend in Rusland liep de spanning op tussen de consumerende ‘massa’ en de producerende ‘bourgeoisie’, waarin de eerste riep om gratis toegang tot goederen.
“Opeens dacht ik,” zegt Fred Goodman, auteur van het te verschijnen boek ‘Fortune’s Fool: Edgar Bronfman Jr., Warner Music and an Industry in Crisis’ en voormalig senior redacteur in een interview met Wired. “Dit is niets nieuws. Natuurlijk willen mensen dingen gratis. Wat je je af moet vragen is wat de consequentie is van niet betalen.”
Weigeren te betalen betekende eerder dat je niet kreeg waar je niet voor betaalde. Internet en file-sharing hebben dit veranderd, ten minsten voor digitale werken. Uiteindelijk, betoogt Goodman, kan dat betekenen dat studio-opnames verdwijnen.
“Dit hele systeem van ‘geef me je muziek gratis en ik koop wel een t-shirt en misschien wel een kaartje voor je optreden’ – dat soort dingen, dan vraag je erom dat opnames van het toneel verschijnen. Wat je dan zegt tegen een artiest is: ‘Kijk maar of je een manier kan verzinnen om me een concertkaartje te verkopen en een T-shirt te verkopen zonder een berg geld te verliezen op een album waarmee je geen cent verdient.’
“Nu al zien we dat er maar een handvol bands is dat het zich kan veroorloven om het soort albums te maken dat verkent wat je in een studio kan doen. Hoeveel bands zijn er over dat het zich kan veroorloven om Rick Rubin (een beroemde producer, red.) erbij te betrekken om een album op te nemen in acht maanden? Ik denk dat verfijnde opnames het gevaar lopen om nu al te verdwijnen, omdat ze heel duur zijn.”
Echter, de muziekindustrie is niet bereid zich hierbij neer te leggen. Platenmaatschappijen hebben nog steeds het idee dat opnames een waarde hebben, dat albums de moeite van de investering waard zijn. De volgende grote vraag is hoe je dit product presenteert aan de mensen die je als klant wilt. “Ik mis het om iets te kopen wat het waard is om in je bezit te hebben. I hield ervan om LPs te kopen. Ik zie mezelf niet doorgaan met het kopen van vinyl als een belangrijk onderdeel van mijn muziekconsumptie, maar naar de platenwinkel gaan en een LP mee naar huis nemen was een veel leukere ervaring dan 10.000 bestanden op een harde schijf zetten. Het was iets van, dit is het album dat ik heb gekocht, en ik ga hiermee leven, er naar luisteren, er achter komen of ik dit echt wil of niet. Maar het had ook de artwork en informatie, al die dingen.”
Uiteindelijk gaat het kopen van muziek over meer dan alleen geluid. Het gaat over het kopen van een ervaring. Volgens Goodman is de grote vraag waar de muziekindustrie mee geconfronteerd wordt “Erachter komen wat mensen willen hebben dat de moeite van het hebben waard is”. Auteur: Wouter Schilpzand - Datum: 21-07-2010 |