|
Kunnen auteursrechtelijke beperkingen via het contractenrecht worden omzeild? In Amerika dient hierover binnenkort een interessante zaak. Daarbij gaat het over de verhoudingen tussen de Amerikaanse auteursrechtelijke ‘fair use’-exceptie en de grenzen die een Creative Commons licentie (CC-licentie) aan het gebruik van een werk stelt.

Klager in het geschil is GateHouse Media, Amerikaanse uitgever van krant ‘The Register Star’. GateHouse is erachter gekomen dat een ander bedrijf de door haar online aangeboden krantenartikelen verkoopt op zogenaamde ‘plaques’. (Een plaque is een soort metalen bord met inscripties voor aan de muur, dat vaak fungeert als gedenkteken, zie de afbeelding hiernaast. Naar mijn mening niet bijster smaakvol, maar dat terzijde.)
GateHouse meent dat het andere bedrijf onrechtmatig handelt door haar krantenartikelen op ‘plaques’ te verkopen.
Interessant is dat GateHouse, naast claims over auteursrechtinbreuk, merkinbreuk en andere oneerlijke mededingingsclaims, ook een beroep doet op contractbreuk. GateHouse geeft haar online krantenartikelen namelijk uit onder de Attribution-NonCommercial-NoDerivs-licentie van Creative Commons. De laatste verbiedt hergebruik voor commerciële doeleinden. De wederpartij claimt echter dat haar gebruik valt onder de ‘fair use’-exceptie van de Amerikaanse auteurswet; het print alleen plaques van krantenartikelen waar de opdrachtgevers zelf in voorkomen.
Een commentator wijst erop dat de Amerikaanse rechter zich waarschijnlijk zal uitspreken over de juridische status van een CC-licentie; is het een contract of een convenant? Een andere interessante vraag is in hoeverre het contractenrecht de omvang en de excepties van het auteursrecht mag beperken. Deze vraag speelt momenteel ook in andere Amerikaanse geschillen en in andere landen. Bijvoorbeeld bij de herverkoop van cd’s in Amerika en in Groot Brittannië over het hergebruik van productinformatie.
Voor zover GateHouse een beroep doet op contractbreuk op basis de CC-Attribution-NonCommercial-NoDerivs-licentie, lijkt zij echter niet zo sterk te staan. De desbetreffende licentie, en overigens volgens mij ook alle andere CC licenties, bepalen immers onomwonden dat ze onder geen enkele voorwaarde afbreuk doen aan ‘fair use’-bepalingen of morele rechten (zie licentie, onderaan).
Wat in de Nederlandse situatie in het algemeen de verhouding is tussen het contractenrecht en auteursrechtelijke beperkingen, is niet zonder meer te zeggen.
De meeste Nederlandse auteursrechtgeleerden menen dat het contractueel opzij zetten van wettelijke beperkingen aan het auteursrecht een onwenselijke situatie is. Standaardcontracten die wettelijke auteursrechtexcepties beperken, zouden nietig of anderszins ongeldig moeten worden geacht (Guibault). Aan sommige auteursrechtelijke excepties (persovernames, citaatrecht en de privékopie) wordt een dwingendrechtelijke karakter toegeschreven (Hugenholtz).
Tegelijkertijd wijzen anderen erop dat – alhoewel onwenselijk - er echter naar het huidig Nederlands recht geen sprake is van enige auteursrechtelijke beperking die per se niet contractueel buitenwerking gesteld zou kunnen worden. Per geval zou moeten worden beoordeeld of een beroep op een dergelijke contractuele bepaling in strijd is met de informatievrijheid of het mededingingsrecht (Spoor, Verkade, Visser). Auteur: Martine Wubben - Datum: 09-07-2010 |